line line
rss     120024
logo
 
woensdag 16 april 2014
De gemeente had geoordeeld dat mijn fiets een wrak was
stroomopwaarts

uwerzijds . . .


Het Ventje weer

Ik tiep met één hand. Met de andere moet ik Het Ventje stevig omstrengeld houden, dat wil hij graag, en om daarover geen misverstanden te laten ontstaan ronkt hij luid. Net als gisteren. Alleen intenser.

Dat komt, we hebben samen een avontuur beleefd. Wij drieën. Buiten. Pfff, we hebben het er nog warm van.

Net als gisteren ging ik na het eten met Het Ventje naar het veldje achter het huis. Snuffelen, rondkijken en weer naar binnen was de bedoeling. Maar daar liet hij het niet bij. Die boomgaard daarachter zag er ook interessant uit, en wat dacht je van dat weiland achter dat prikkeldraad, en dat ondoordringbare meidoornbosje daar weer achter? Hee kijk, een zwartwitte kat om mee te praten en zie eens wat een ideale boom om in te klimmen. Verdraaid, hier kan ik niet langs, er staat kippengaas, dan nog maar weer wat verder kijken, en daarginds zie ik ook nog een gangetje door het struikgewas waar een kat wel en een weblogster niet door past.

Kortom, hij kachelde zo een heel eind weg, met mij achter zich aan die daar ook de weg niet wist en voor wie het meidoornbosje heel wat ondoordringbaarder en het prikkeldraad een stuk moeizamer was dan voor hem.

Ik riep R erbij, samen riepen we Het Ventje, die als rechtgeaard kat natuurlijk geen antwoord gaf, en we raakten verder en verder van huis. Het werd al een beetje donker. Hoe moest dat nu. Stel dat Het Ventje straks in zijn eentje de weg naar huis niet terug kon vinden? Of wijzelf? Moesten we 's nachts de garagedeur open laten staan, zodat ons Ventje samen met hordes inbrekers naar binnen kon wandelen? 112 bellen? Maar vanzelfsprekend hadden we geen van drieën een telefoon bij ons.

Ik zal de spanning niet onmatig opvoeren en uit de eerste alinea blijkt toch al dat het goed is afgelopen. Na een half uurtje kon ik onze Vent ergens uit een boom plukken. Stevig vasthouden en in het halfdonker gauw terug naar huis.

Daar ging hij zich zitten wassen en vervolgens viel hij als een blok in slaap. Een kat verwerkt zijn belevenissen slapend. Daarna kwam hij boven, draaide zich drie keer om op schoot en begon te knorren. Blijkbaar had hij besloten dat wij toch wel fijn zijn om bij te horen en dat hij wil blijven.

Gelukkig maar. Daar zijn we mooi klaar mee.


Goede redenen

Dat er momenteel weinig logjes uitkomen heeft een goede reden, of eigenlijk twee redenen.

Reden één: het is te mooi weer. We zijn de hele dag in Suxy bij de paarden (dinsdag), bekijken zwijnen en kangaroes en andere wilde dieren met één kleindochter en haar ouders (woensdag) en bezoeken een ver weg gelegen maar droevigstemmende keukentoonzaal (ook woensdag), gaan op ziekenbezoek bij Chantal die haar arm heeft gebroken (niet door een val van het paard maar tijdens het stofafnemen) en maken een prachtige buitenrit (donderdag), ontschimmelen nog meer boxen (vrijdag en zaterdag) en maken een plan voor de nieuwe opslagruimte achter de boxen (zaterdag).

Reden twee: ik kan niet bij het toetsenbord. Mijn handen zijn gebonden.

ventje

Omdat we overdag weg zijn, heeft Het Ventje extra aandacht nodig. 's Avonds wil hij op schoot, is het niet goedschiks dan kwaadschiks, want als ik niet snel genoeg in de juiste houding spring, galmt hij het hele huis bij elkaar.

Ik ga nu iedere dag aan het eind van de middag met hem naar buiten. We drentelen dan wat rond over het veldje naast het huis, eerst op de arm en nu ook los. Het is zulk mooi weer en hij vindt zoveel te snuffelen, ik kan hem niet aldoor binnenhouden. Maar we zijn bang dat hij het huis niet terug kan vinden of ergens onder komt, dus ik blijf erbij.

Daarna is het tijd voor zijn brokjes en ons avondeten en eigenlijk voor een logje, maar dat valt dus niet altijd mee.


Prédalles

For the record: de logeerkamer heeft sinds vandaag een plafond, de prédalles zijn geplaatst.

Kijk, dit zijn ze, de prédalles, voorgebakken betonplaten die in hun geheel worden aangeleverd met wapening en een ruw oppervlak, eromheen komt bekisting, erop nog betonstaalmatten en eronder stutten, en op dat alles wordt dan weer ter plekke beton gestort. Stevig hoor.

predalles

Onze Mannetjes hebben er zelf ook plezier in dat het werk zo goed opschiet. Bij regen kunnen ze niet metselen maar het weer zit nog steeds mee. Schon wieder ein Loch zu! riep le Bernard ons toe toen we vanochtend kwamen aanrijden.

Zo worden we steeds buitenlandser. Ik weet niet hoe een prédalle in het Nederlands heet en ik hoef het ook niet te weten. We gaan toch geen huis in Nederland bouwen. De Mannetjes zijn Duitstalig maar zij noemen een prédalle evengoed een prédalle.

De architect is Franstalig en heeft zijn tekeningen natuurlijk ook in het Frans gemaakt. Zo krijgen we in het sousterrain een buanderie (hokje-voor-wasmachine-en-droger-niet-naast-de-keuken-dus-geen-'bijkeuken') en een sellerie, een ruimte waar we straks de zadels, dekens en overig paardentuig gaan opbergen. Wij noemen dat zelf ook de sellerie en ik voorzie dat we het nog steeds de sellerie zullen noemen als de bouw al lang en breed klaar is en er nergens meer een architect te bekennen is.

We zijn eraan gewend geraakt. We hebben er wel over nagedacht en kwamen tot de conclusie dat op een of andere manier 'de zadelkamer' nog veel sjieker aandoet, alsof er in ons paleis een speciale plaats is waar stalknechten onze tientallen paarden zadelen. Het lijkt ons dan ook beter om het maar op sellerie te houden, dan valt het nog mee. Allez, ça tombe toch avec, niet?


Lentilles

Er was meer dan één mijlpaal, zei ik, maar ze pasten niet allemaal in één logje. Bij de komst van de betonspuit vergeleken was die andere mijlpaal een peulenschil maar toch.

Namelijk. Voor het eerst van mijn leven heb ik zachte lenzen. Meer dan een jaar geleden verdween mijn linkerlens met het spoelwater door de afvoer en er kwam maar steeds niets van het bestellen van een nieuwe. Drukdrukdruk hè.

Eerlijk gezegd was het leven eigenlijk best makkelijk met maar één lens. Als men even snel iets wil lezen knijpt men het belensde oog dicht en voilà, het onbelensde kan van heel dichtbij alles prima ontcijferen. Ook handig bij het bedienen van priegelige gespjes tijdens het paardrijden, want te paard wil men natuurlijk ook niet dood worden aangetroffen met een leesbril op. Een oog voor in de verte en een voor dichtbij, het kan.

Ik had wel het idee dat het niet helemaal orthodox was wat ik deed maar dat viel mee. Tijdens het preventief medisch onderzoek biechtte ik alles op aan de dienstdoend oogarts. O zei zij, dat is prima, als uw hersenen dat aankunnen kunt u daar zo mee doorgaan. Dus ik zat goed. Flexibele hersenen ook nog, mooi meegenomen.

Toch bedoelde ze waarschijnlijk niet 'voor de rest van uw leven'. En gewoon met twee ogen in de verte kunnen kijken leek ook wel weer eens fijn. Toe dan maar.

Intussen was de rest van de wereld echter voortgeëvolueerd en iedereen draagt inmiddels zachte lenzen, beweerde de oogmeetkundige jongeman in het lenzenpaleis. Hoe lang ik al harde lenzen droeg, wilde hij weten. 'Sinds 1974, oogmeetkundige jongeman', antwoordde ik naar waarheid. Hij verbleekte. Toen was hij nog niet eens geboren. De Tweede Wereldoorlog was nog maar net achter de rug. Het was heel, heel lang geleden.

Mijn eerste lenzen waren zelfs nog van echt glas, ik overdrijf niet. Je moest er twee weken aan wennen en echt oefenen met inzetten en uitdoen. Nu klink ik net als R ('mijn eerste pc had twee harde schijven van 5 Mb') maar zo was het. Wij hebben gewoon veel meegemaakt.

Hoe dan ook, om niet de enige ter wereld te zijn met lenzen die bijna nergens meer te vinden zijn, heb ik nu een paar zachte om te proberen. Flinke flappen. Ze zitten goed, ik zie goed en het in- en uitdoen is een crime maar dat zal wel wennen. Hiermee kwam er een eind aan een tijdperk. Veertig jaar, alsof het niets is.

Als curiositeit kan ik nog melden dat lenzen en linzen in het Frans allebei lentilles heten.

couscous

Over eten gesproken, en om dit logje een meer algemeen belang mee te geven, maakte R een foto van ons avondeten, couscous met merguez, paprika's en ui uit de oven en geconfijte citroen. Dat kon ik veertig jaar geleden nog niet maken. Alweer een mijlpaal en heel lekker.


Aprilzon

Er was meer dan één mijlpaal op deze aprilse vrijdag, maar dit is de belangrijkste. De betonspuit kwam en maakte van een hout- en staalmattenskelet een half benedenhuis. Nog even wachten tot het droog is en dan kunnen we al twee trappen op naar de eerste halve verdieping, waar de slaapkamer komt.

Het trappenhuis is nogal ingewikkeld in onze split level, zo erg dat Bernard de Geweldige, de voorman die de tekeningen moet interpreteren van het ingenieursbureau dat de tekeningen van de architect interpreteert, een trap te ver had doorgeredeneerd en had laten bekisten.

Woensdagavond bekeken we de vorderingen, zoals iedere dag na het paarden voeren. Hm, zei R, er is daar een puntje dat ik niet begrijp. We keken samen. Er waren wel twintig puntjes die ik niet begreep dus dat schoot niet op. Donderdagochtend kaartte R het puntje beleefd aan ('niet dat we ons ergens mee willen bemoeien maar eh ...'), Bernard krabde op zijn hoofd, de architect kwam aangesnord, er werd langdurig op meerdere tekeningen gestudeerd en de bekisting kon er weer af, net op tijd voordat het beton kwam. Zulke momentjes zijn er waarschijnlijk in elk bouwproject.

trappen

Mijn invalshoek is misschien wat minder praktisch, maar door die bekistingen moet ik steeds denken aan Februarizon ('Arbeiders bouwen met aluinen handen aan een raamloos huis van trappen en piano's'). Zo'n heerlijk luchtig gedicht, helemaal fris. Zo voelt ons nieuwe huis ook aan.

Alleen dan in april.


Rozig

Aan het eind van de eerste dagtocht met Sophie staan er rode blosjes onder mijn ogen en die ogen zijn heel klein. Op de bank in slaap vallen, dat lukte net wel maar verder moet men niet veel meer van mij verwachten. Een logje, vooruit, maar wel een kort.

Dat komt niet door een hele dag buitenrijden alleen. Daar heeft ook het werk van de afgelopen dagen aan bijgedragen. We verspreidden met de bak achter de tractor oude paardenmest over dat deel van het weiland waar Olivier net gier voor tekort kwam, zetten hoofdstellen in het leervet, R installeerde de bliksemafleider in de boxen en we deden ongetwijfeld nog een heleboel andere dingen, al kunnen we ons geen van tweeën herinneren wat dan wel. We zaten in elk geval niet stil, dat weten we zeker.

Titan en Harissa staan nu waarschijnlijk ook in hun weiland te verlangen naar een bank om op in te dutten. Morgen heeft iedereen een beetje spierpijn na deze lange dag.

Nou, dat was het dan. We gaan nu eerst even zzzzz ...


Crowd sourcing

In ons steeds langer wordende afwasmachineloze tijdperk is het zo geworden dat ik was en R droogt en onderwijl inruimt. We blijven ons verbazen over de hoeveelheden afwas die twee mensen, die echt niet overdrijven, dagelijks produceren. Borden, kopjes, glazen, pannen, er komt soms geen eind aan.

Vanavond had ik de vijzel gebruikt om wat pinda's te verkruimelen. De vijzel gebruik ik niet alle dagen maar hij is handig voor heel wat toepassingen en minder schoonmaakwerk achteraf dan een keukenmachine.

R droogde hem af en vroeg: 'Waar berg je deze op?' Ik antwoordde: 'In het kubusje waar Het Ventje altijd op zit als hij naar buiten wil kijken natuurlijk. Daar staat hij al vanaf de verhuizing. Jij woont hier toch ook, of niet?' Ik kan daar nog aan toevoegen dat dat kubusje tegenwoordig een kwartslag gedraaid staat dus met de open kant naar voren, goed zichtbaar.

R vond het maar een straffe benadering. 'Nou, dan vraag maar eens op internet hoeveel mannen in hun huis weten waar de vijzel staat', stelde hij voor.

Dat wil ik wel doen, maar laten we er 'partners' van maken. Het is niet overal net zo verdeeld als hier.

De vraag is dus: 'heren, dames ook, weet u waar bij u thuis de vijzel staat?' Als u het antwoord in het reactieboxje deponeert, dan zullen wij turven. We zijn benieuwd.


De komst van de reuzensprinkhaan

Onder een hemel die niet veel goeds voorspelde kroop onze bouwkraan uit zijn ei. Bij elk betonnen gewicht dat de Mannetjes aan zijn poten bonden, strekte hij zijn grijparm verder omhoog.

kraan

Hij lachte om de schorpioen die hem op zijn rug hierheen had gebracht. Die kon hem met zijn zwarte gifstekel nu met geen mogelijkheid meer bereiken. Ook ik, als het klein insect dat ik ben, zorgde terdege dat ik buiten zijn bereik bleef.

kraan2

Maar was dat wel zo? De kraan draaide fier een paar keer om zijn as. Eens even laten zien wat hij kon. Huh. Deze kraan heeft een bereik tot ver over de omheining, tot achter de beukjes en tot over de elektriciteitskabel langs de weg. Als het Mannetje dat hem bedient via het bakje met de hendeltjes op zijn buik niet oppast kan de reuzensprinkhaan gemakkelijk schade aanrichten tot ver in de tuin van de buren en op de openbare weg.

kraan3

En als hij hem een flinke zwiep geeft ligt ons halve huis in puin, en dat terwijl het zo geweldig goed opschiet. Kijk eens, binnenmuren in de kelder zelfs al, en zwarte primer op de buitenmuur ter voorbereiding van de waterdichtbekleding die iemand ooit waar ik bij was 'berenhuid' noemde, een benaming die blijft hangen. De bouwwereld is net een dierentuin, om niet te zeggen circus.

Alleen de paarden, die trekken zich van het hele spektakel niets aan. Ze hebben die kraan nog geen blik waardig gekeurd. Kun je hem soms eten? Nou dan.


Leven

Het is fijn weer. Koud (nog geen vliegjes) maar zonnig (koffie op het terrasje met jas aan), echt een combinatie om veel buiten te zijn. Dat zijn we ook, maar niet zo veel als we willen.

Dat komt door De Documenten, waarin de verwarming, het sanitair, de ventilatie en elektriciteit in het nieuwe huis beschreven staan. Het zijn er vier en ze moeten nauwgezet worden doorgespit, anders zitten we straks met radiatoren met ribbeltjes of toiletten die de verkeerde kant op spoelen, ik noem maar wat ongewenste elementen. Het is geen prettig werk, er zijn altijd meer details dan je voor mogelijk houdt en je wordt er botergaar van, maar het moet een keer. Even doorbijten, morgen moet het klaar zijn, des te eerder kunnen de offerteaanvragen voor al de bijbehorende werkzaamheden de deur uit.

Dat doorspitten en een lijst van op- en aanmerkingen samenstellen gebeurt op de bovenverdieping van ons tijdelijke huis. We zijn daar niet de enigen. Allereerst houdt Het Ventje ons daar natuurlijk gezelschap, maar er is nog iemand.

boven

Daarboven, precies boven de monitor, woont op zolder de marter. Hij is niet altijd thuis, soms horen we hem een paar dagen (eigenlijk nachten) niet, maar nu is hij lekker actief bezig. Het Ventje sprong zo-even zelfs bovenop de radiator om beter te kunnen luisteren naar het getrippel en geknaag boven zijn hoofd. Terwijl wij doodstil achter onze pc zitten, maakt de marter een hoop leven.

Laat hem maar. Dat is het voordeel van een tijdelijk huurhuis. Een marter op zolder kan een flink probleem zijn, maar niet voor ons zolang hij tenminste niet aan De Documenten knaagt. En dat hij het zo gezellig vindt dat hij straks wil meeverhuizen daar maken we ons geen zorgen over. Op het nieuwe huis komt een plat dak.


Kip klaar

Dit is een update ten opzichte van 11 maart, en dat hoewel het vandaag niet eens regende. Ik was ermee bezig terwijl R zich door de technische specs van de elektrische installaties, het sanitair en de verwarming voor het nieuwe huis heenwroette. Hij is een held. Hoever zouden we komen zonder hem. Niet ver.

kip

Maar intussen is de kip klaar. Wat nu. Ik zal een andere binnenhuishobby moeten zoeken.


En waar is de rest? Hier en in het archief

design © 2013 - powered by InR